Van familie-initiatief tot fundament van de zorg
Een gesprek met Ronald Cornax en bestuurder Edwin ten Holte van Anton Constandse
Na tientallen jaren in de opvang en verslavingszorg nam Ronald Cornax deze week afscheid van Anton Constandse. Wat begon als een familie-initiatief in het hart van Den Haag, groeide uit tot een plek die nog altijd van grote betekenis is voor de stad. In gesprek met bestuurder Edwin ten Holte blikt Ronald terug op zijn bijzondere loopbaan.
“Ik begon op mijn zeventiende… met de toiletten”
Ronald lacht als hij terugdenkt aan zijn eerste werkdag.
“Op mijn zeventiende mocht ik meelopen. Ik begon in de toilettengroep, schoonmaken. Gewoon de kleine basisdingen. Maar dat was wel meteen midden in de praktijk.”
Die praktijk speelde zich af op een bijzondere plek: aan de het Groenewegje, in het centrum van Den Haag. “Daar zat Huize Cornax. Dat was dé plek waar veel dak- en thuisloze mannen met een verslaving terechtkwamen. Midden in de stad, daar waar het gebeurde.
Het initiatief lag bij zijn familie. Zijn oma startte in 1953 met opvang voor mannen zonder thuis, wat uitgroeide tot een volwaardig onderkomen. Wat begon met een paar kamers groeide al snel uit tot een vol huis.
Discipline speelde een grote rol.
“Mijn oma had tachtig bedden. Stapelbedden. Onvoorstelbaar nu. Maar de gemeente was er blij mee—er was behoefte. Het was vooral opvang: eten, een bed en structuur. Bij ons hadden ze ook overdags een onderkomen waar ze binnen konden blijven, zo hoefde ze niet de straat op. Dit maakte het verschil ten opzichte van andere locaties, waar ze alleen konden overnachten. Overdags zwerfde de jongens dan weer door de binnenstad.”
“Om half zeven stond mijn oma onderaan de trap: ‘Ontbijt is klaar’. En dan kwam iedereen. Goed eten was de basis. Als mensen vol zaten en moe waren, bleef het rustig.”
Van drank naar drugs: een veranderende wereld
Toen Ronald begin jaren ’90 het familiebedrijf overnam, veranderde de doelgroep ingrijpend. “Het ging van drank naar drugs. Dat bracht een hele andere dynamiek met zich mee. Meer onrust, meer complexiteit.”
Toch twijfelde hij nooit om door te gaan.
“Je groeit erin. Je ziet alles al. Van ruzies tot heftige situaties. Het hoorde erbij.”
Ondernemen met lef en gevoel
Ronald stond bekend om zijn praktische, mensgerichte aanpak. Dat bleek ook tijdens uitjes met cliënten.
“Je weet dat mensen gebruiken. Dat kun je negeren, maar dan krijg je problemen. Dus je moet het organiseren.” Tijdens een groepsuitje naar een vakantiepark zorgde hij ervoor dat gebruik onder toezicht en binnen duidelijke kaders werd gedoogd. “Daardoor bleef het rustig. Geen overlast, geen escalaties. Iedereen kon gewoon mee.”
Zijn uitgangspunt was simpel:
“Als je wilt dat mensen meedoen, moet je soms meebewegen. Overal is een oplossing voor, als je maar goed kijkt.”
Edwin knikt:
“Dat typeert Ronald. Altijd kijken: wat hebben mensen nú nodig?”
Verhuizen en vertrouwen winnen
De verhuizing uit het centrum naar een nieuwe locatie (aan de Drapeniersgaarde, huidige locatie Botter/Pluut) was een spannend moment. “Je komt ineens midden in een woonwijk terecht. Dan moet je jezelf opnieuw bewijzen.” Die acceptatie ging niet vanzelf. “In het begin was er weerstand. Begrijpelijk ook, mensen weten niet wat er op ze afkomt.”
Maar stap voor stap veranderde dat beeld. Ronald en zijn team kozen bewust voor oplossingen die overlast beperkten—soms onconventioneel, maar effectief.
“Door bijvoorbeeld gebruik binnen te gedogen, onder duidelijke afspraken, haalden we de druk van de straat. Minder overlast buiten, meer rust in de wijk.”
Die aanpak wierp zijn vruchten af:
“Op een gegeven moment werd het geaccepteerd. De buurt zag: het werkt. En dan ontstaat er vertrouwen.”
Edwin bevestigt dat:
“Wat daar is opgebouwd, is bijzonder. Het is nu een plek waar het kan, juist omdat er zo zorgvuldig aan is gewerkt.”
Van familiebedrijf naar organisatie
In 2007 werd de locatie onderdeel van Anton Constandse. Een grote overgang.
“Het moeilijkste? De regels,” zegt Ronald eerlijk. “In een familiebedrijf beslis je direct. In een organisatie krijg je te maken met protocollen, zorgplicht, afstemming. Dat botste soms met mijn gevoel voor wat nodig was. Soms werd nog niet begrepen hoe je met deze doelgroep moet omgaan en waarom er door ons bepaalde regels waren opgesteld.”
Toch zag hij ook de noodzaak:
“Zonder die stap hadden we het niet gered. De middelen waren op. Dan moet je vooruit.”
Een blijvende erfenis
De locatie die Ronald mede vormgaf, bestaat nog steeds. En niet zonder reden.
Edwin:
“Wat jij daar hebt neergezet, is goud waard. Het is een plek waar het werkt. Waar het geaccepteerd is. Dat krijg je niet zomaar ergens anders voor elkaar.”
Ronald knikt bescheiden:
“Je doet het gewoon. Voor de mensen. En ook voor de buurt. Zo min mogelijk overlast, dat was altijd mijn doel.”
Van opvang naar participatie
In 2016 begon Ronald aan een nieuw hoofdstuk binnen Anton Constandse: dagbesteding. “Dat was weer iets heel anders. Maar ook daar geldt: mensen moeten iets te doen hebben. Zingeving voorkomt een hoop ellende.”
Hij startte klein, bij de locatie aan de Jacob Pronkstraat.
“In een soort garage begonnen we met houtbewerking. Met een klein groepje. Gewoon kijken wat mogelijk was.”
Dat groeide uit tot een grotere participatielocatie aan De Werf.
“Daar kwam het echt tot leven. Meer mensen, het groeide uit tot een professionele houtwerkplaats.”
Ook hier zag hij veel bekende gezichten terug.
“Jongens van de Botter/Pluut. Die hier een paar uur kwamen werken en een kleine bijdrage verdienden waarmee zij zichzelf onderhouden. Maar vooral: weer ergens bij hoorden.” Volgens Ronald zit daar de kracht:
“Zingeving. Iets om handen hebben. Dat maakt echt verschil.”
Advies aan nieuwe collega’s
Wat wil hij jonge professionals meegeven?
“Ga kijken. Overal. Proef verschillende doelgroepen. Dit werk moet bij je passen, dat voel je pas als je het echt meemaakt.”
En verder:
“Het vak leer je niet uit een boek. Dat kost tijd. Ervaring. En soms fouten.”
Met pensioen, maar niet stil
Sinds april is Ronald officieel met pensioen.
“Het is wennen. Geen wekker meer voor werk… maar we staan nog steeds vroeg op,” lacht hij. “Nu om te klussen in huis.”
Edwin sluit af:
“Ronald, dank voor alles wat je hebt opgebouwd. We bouwen daar nog elke dag op voort.”
“Je doet het samen”
Ronald zelf blijft nuchter:
“Het is altijd teamwork geweest. Familie, collega’s, cliënten. Je doet het samen.”
En misschien is dat wel precies de reden waarom zijn werk zoveel impact heeft gehad.
